Hoeveel tijd besteedt de politie eigenlijk aan situaties met mensen met verward of onbegrepen gedrag? Samen met Vanessa Schwegler en Bauke Koekkoek onderzocht ik dit voor de Politieacademie en de Nationale Politie.
Uit een landelijke analyse blijkt dat 20,8% van de reactieve politie-inzet samenhangt met registraties van verward of onbegrepen gedrag. Het gaat daarbij om politie-inzet als reactie op meldingen en andere urgente oproepen. Niet alle politietijd is hierin meegenomen, waardoor dit percentage nadrukkelijk niet gelijkstaat aan een vijfde van álle politie-inzet.
De meeste situaties zijn relatief kort: ruim 70% duurt minder dan een uur en ongeveer een kwart tussen één en drie uur. Bijna 4% duurt langer dan drie uur. De belasting voor de politie bestaat daarmee zowel uit het grote aantal korte situaties als uit een kleinere groep situaties die zeer veel tijd vragen.
Daarnaast vonden we aanzienlijke verschillen tussen politie-eenheden, zowel in het aantal registraties als in de tijd die per situatie wordt besteed. Dat roept nieuwe vragen op: waardoor ontstaan deze verschillen, welke situaties worden door politiemensen als het meest belastend ervaren en waar kan samenwerking met zorg en andere partners daadwerkelijk verschil maken?
Dit onderzoek vormt daarom het eerste deel van een groter onderzoek. In het vervolg richten we ons meer in detail op drie typen situaties: veel voorkomende korte situaties, weinig voorkomende maar zeer langdurige situaties en situaties die zich herhaaldelijk rond dezelfde personen voordoen. Daarbij kijken we ook naar belasting die niet goed in tijd is uit te drukken, zoals frustratie en ervaren onmacht, en naar de samenwerking tussen politie en zorg.
Schwegler V, Beckers T & Koekkoek B (2026). Tussenrapportage politie-inzet bij situaties verward/onbegrepen gedrag. Politieacademie, in samenwerking met de Nationale Politie.